cryptofondsenvergelijken

Waarom vraagt elk cryptofonds 100.000 euro?

Wie een Nederlands cryptofonds bekijkt, komt vrijwel altijd hetzelfde bedrag tegen: honderdduizend euro. Dat is geen toeval en ook geen onderlinge afspraak. Het is de drempel uit een vrijstelling in de Wet op het financieel toezicht, en fondsen die eronder duiken hebben een vergunning nodig die tienduizenden euro's per jaar kost.

In het AFM-register van uitgezonderde beheerders staan op peildatum 20 augustus 2026 50 cryptofondsen van 22 beheerders. Van die 50 hanteren er 32 de grens van honderdduizend euro. De overige 18 gebruiken een andere uitweg, en die leggen we hieronder uit.

De regel achter het bedrag

Een beheerder die deelnemingen in een beleggingsfonds aanbiedt, heeft in principe een vergunning nodig van de AFM. Op die hoofdregel bestaan uitzonderingen, en twee daarvan worden in de praktijk bijna altijd gebruikt.

De eerste is de drempel van honderdduizend euro. Biedt een fonds uitsluitend deelnemingen aan van minimaal dat bedrag, dan valt het onder het registratieregime, ook wel AIFMD-light genoemd: de beheerder meldt zich bij de AFM en komt in het openbare register, maar staat niet onder doorlopend toezicht.

De tweede uitweg is een grens aan het aantal deelnemers. Blijft een fonds onder de honderdvijftig personen, dan geldt dezelfde uitzondering en mag de inleg lager zijn. Van de 50 fondsen in het register maken er 18 van die route gebruik.

Wat het registratieregime wel en niet betekent

Hier gaat het in het spraakgebruik vaak mis. Een fonds dat in het AFM-register staat, wordt in advertenties nog weleens omschreven als AFM-gereguleerd of als staand onder toezicht. Dat klopt niet.

Registratie betekent dat de beheerder zich netjes heeft gemeld en onder de drempels blijft. De AFM controleert dan niet doorlopend de administratie, de waardering of het risicobeleid. Er is geen goedgekeurd prospectus en er is geen vergunningtoets op de bestuurders. Het register zegt dus iets over de vorm en niets over de kwaliteit.

Beheerders in dit regime moeten dat ook zelf vermelden. In hun uitingen hoort de mededeling te staan dat zij zijn vrijgesteld van vergunningplicht en niet onder toezicht staan van de AFM. Zie je die zin niet, dan is dat op zichzelf een reden om verder te kijken.

Waarom fondsen deze route kiezen

Een volledige AIFM-vergunning brengt kapitaaleisen, een bewaarder, doorlopende rapportage en toetsing van het bestuur met zich mee. Voor een fonds met enkele tientallen miljoenen onder beheer weegt dat niet op tegen de opbrengst. Het registratieregime houdt de kosten laag, en die kosten zouden anders bij de deelnemers terechtkomen.

De keerzijde draagt de belegger. Er is geen toezichthouder die meekijkt, dus de controle die je normaal uitbesteedt moet je zelf doen: wie bewaart de assets, wie waardeert ze, wie controleert de jaarrekening, en hoe kom je eruit als je wilt stoppen.

Wat je wel kunt controleren

Drie dingen zijn openbaar en kosten je vijf minuten.

Staat de beheerder werkelijk in het register, met een fonds-ID. Ontbreekt hij, dan is er iets grondig mis. Ons overzicht van alle Nederlandse cryptofondsbeheerders komt rechtstreeks uit dat register.

Wie is juridisch eigenaar van de assets. Bij een fonds voor gemene rekening is dat doorgaans een aparte stichting, die het vermogen scheidt van de beheerder. Gaat de beheerder om, dan raakt dat het vermogen niet.

Waar de crypto zelf staat. Bewaart het fonds bij een partij met een MiCAR-vergunning, dan is die bewaring aan regels gebonden. In ons MiCAR-register zie je per partij welke diensten zijn toegestaan, en of de vergunning uit Nederland komt of uit een andere lidstaat.

Kan het ook zonder ton?

Ja, langs twee wegen. Een fonds dat onder de honderdvijftig deelnemers blijft, mag een lagere inleg vragen; dat zijn de 18 fondsen uit het register. In de praktijk zijn dat vaak besloten fondsen die niet openlijk werven.

Daarnaast bieden partijen met een MiCAR-vergunning vermogensbeheer of gespreide producten aan waar geen fondsstructuur onder ligt. Dat is juridisch iets anders dan een fonds, met andere bescherming en andere kosten. Vergelijk die twee dus niet alsof het hetzelfde is.

Kort samengevat

De ton is een juridische grens en geen kwaliteitsstempel. Hij zegt dat het fonds heeft gekozen voor een lichte registratie in plaats van een volledige vergunning. Dat is een legitieme keuze die de kosten drukt, maar hij verplaatst het controlewerk naar jou. Begin bij het register, kijk daarna naar de bewaring, en pas daarna naar het rendement.

Bronnen